Preek ds. Michiel Pronk Preek ds. Michiel Pronk
Hieronder kunt u de verkondiging lezen over Johannes 17: 1-13 die gehouden is in de dienst op 24 mei.  
Wilt u reageren, dan kan dat naar m.pronk@gorechtkerk.nl
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Iedereen heeft zo zijn stijl, zijn eigen wijze om van spreken en van schrijven. Vandaag hebben wij woorden gelezen van de evangelist Johannes en daarin spreekt Jezus een gebed uit. De situatie is zo dat Jezus zijn laatste Avondmaal met zijn leerlingen houdt. Bij die maaltijd bereidt Jezus zijn leerlingen in een toespraak voor op de tijd dat Hij er straks niet meer is. De schrijver Johannes heeft dat in woorden gevat, in een best wel eigen taal.

Bij mijzelf dacht ik: als Jezus nu had geleefd, welke woorden zouden wij dan gebruikt hebben om dat afscheid te benoemen? In mijn gedachten kwam een lied van Marco Borsato ‘Afscheid nemen bestaat niet’. Het begin van het liedje is zo: ‘Afscheid nemen bestaat niet/ Ik ga wel weg maar verlaat je niet / Mijn lief, je moet me geloven/ Al doet het pijn.’

‘Ik ga wel weg maar verlaat je niet’, het is de rode draad in het liedje van Marco Borsato, dat je wel weg bent maar de ander niet loslaat. Op een of andere manier blijf je verbonden. Dat is denk ik ook de rode draad in het gedeelte van vandaag. Jezus die bij zijn leerlingen weggaat, maar hen niet alleen laat, toch met hen verbonden blijft.

Johannes heeft dat op zijn manier verwoord en dat heeft de vorm gekregen van een gebed. Zo opent onze lezing met de woorden: ‘Daarna sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei...’ Dat omhoogkijken is de traditionele gebedshouding.

Als ik eerlijk ben, moet ik zeggen dat ik het zelf een lastig gebed vind. Dat zit hem vooral in de vorm. Is het wel een gebed, zo vraag ik mij af. Neem bijvoorbeeld deze zin ‘Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.’ Het is toch vreemd om als Jezus zijnde zo over jezelf te spreken, zo in de derde persoon. Hem kennen die U gezonden hebt, Jezus Christus…

Ik denk dat wij hier merken dat in het Johannesevangelie het verhaal altijd ten dienste staat van de theologie, van hoe de schrijver de dingen ziet. Johannes vindt zijn gedachtegangen belangrijker dan een logisch verhaal vertellen of een vormvast gebed maken. Hij denkt: als maar duidelijk is wat ik wil zeggen…

Maar ja, is dat wel duidelijk? Voor vandaag heb ik getwijfeld welke Bijbelvertaling ik zou lezen, de gebruikelijke NBV-vertaling of de Bijbel in gewone taal? De NBV-vertaling volgt de bijzondere woordkeuze die Johannes heeft, maar dat vraagt soms wel om uitleg omdat niet gelijk helder is wat er gezegd wordt. De Bijbel in gewone taal maakt dat wel helder, maar dan ervaren wij niet op welke manier hoe Johannes het zegt. Uiteindelijk heb ik – zo hebt u gemerkt – ervoor gekozen om NBV-vertaling te lezen, maar in het vervolg van deze verkondiging zal ik af en toe teruggrijpen op de Bijbel in gewone taal.

Over zijn naderend einde zegt Jezus: Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen. God die de grootheid van Jezus toont, wat is dat? De Bijbel in gewone taal geeft deze woorden zo weer: ‘Vader, het beslissende moment is gekomen. Geef mij toch mijn plaats naast u in de hemel. Dan kan ik, uw Zoon, u daar alle eer geven!

In deze tekst wordt het Hemelvaartsdag. Dit jaar hebben wij dat feest anders gevierd dan wij gewend zijn, maar hier klinkt wel de betekenis van Hemelvaart door, om het met de Apostolische Geloofsbelijdenis te zeggen: Jezus die zit aan de rechterhand van God. En dat drukt uit, de grootheid van Jezus, Zijn belang. Aan de rechterkant van iemand zitten, in die dagen was er niets belangrijker dan dat.

Dat Jezus die plaats krijgt, komt door de taak die Jezus had, wat Jezus gedaan heeft. Die taak kunnen wij kort samenvatten ‘Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.’ Dat is wat Jezus heeft gedaan, wat Hij in zijn leven zichtbaar heeft gemaakt: de leerlingen God laten kennen. Meer dan iemand anders.

In ons verhaal neemt Jezus afscheid van Zijn leerlingen. Zijn taak zit erop, maar zijn volgelingen helemaal loslaten doet Jezus niet. Hij bidt voor hen: ‘Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de naam die u ook aan mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals wij één zijn.’ Met de woorden van de Bijbel in gewone taal: ‘Heilige Vader, bescherm hen met uw grote macht, de macht die u ook aan mij gegeven hebt. Dan zullen ze samen één zijn, net zoals wij samen één zijn.’

Jezus bidt om bescherming, om eenheid en dat gebed is onnodig als er geen gevaar is of als je geen verscheidenheid hoeft te verwachten. Het laat zien hoe Jezus naar de wereld kijkt. Er zijn genoeg bedreigingen waarmee de leerlingen te maken krijgen. Maar deze woorden zijn toch anders dan ik dacht. ‘Zodat zij één zijn’, ik heb die woorden altijd gehoord als een opdracht, dat wij moeten zorgen voor één kerk. Dat al die verscheidenheid die er is, er niet hoort te zijn en wij moeten streven naar eenheid. Ik denk dat nog steeds, maar dat is niet de strekking van deze woorden. De eenheid hier is geen opdracht aan leerlingen, maar een gevolg van de bescherming van God. Jezus bidt dat door Gods bescherming de gemeente een eenheid blijft. De eenheid hier is eerder een belofte dan een opdracht. De eenheid van de kerk is er door Gods zorg.

Jezus bidt: ‘Bescherm hen met uw grote macht…’, ook dit waren woorden waarbij ik dacht: hoe zou je dat nou zeggen, nu in deze tijd? Dat bracht mij terug bij dat liedje van Marco Borsato. Dat gaat verder met: ‘Ik wil dat je me los laat/ En dat je morgen weer verder gaat / Maar als je eenzaam of bang bent / Zal ik er zijn /Ik kom als de wind die je voelt en de regen/ Volg wat je doet als het licht van de maan / Zoek me in alles dan kom je me tegen / Fluister mijn naam / En ik kom eraan.’

‘Zie wat onzichtbaar is/ Wat je gelooft is waar/ Open je ogen maar/ En dan zal ik bij je zijn/ Alles wat jij moet doen/ Is mij op m'n woord geloven.’

Dit is volgens mij geloofstaal, dat een ander er toch is, bij je is. Hoewel dan niet lichamelijk. En dat diegene je ook beschermt. Het mooie aan het liedje vind ik dat de woorden wel kunt voelen, maar niet helemaal kunt uitleggen: ‘/Ik kom als de wind die je voelt en de regen/ Volg wat je doet als het licht van de maan / Zoek me in alles dan kom je me tegen.’ Het drukt een aanwezigheid uit die niet na te rekenen is, niet helemaal in woorden te vatten, maar daarmee niet minder werkelijk is.

Dat is volgens mij de werkelijkheid waar binnen wij kerk zijn, waar binnen wij als gelovigen leven. In het vertrouwen dat de Opgestane Heer allen die Hem volgen niet loslaat, dat ondanks Zijn afscheid toen, Hij toch met ons verbonden blijft.

Dat maakt geloven, dat maakt kerk zijn, dat maakt het leven hoopvol. Dat het niet zit in onze inspanningen, in wat wij doen, maar dat wij leven van wat gegeven wordt, van Gods bescherming. Dat is de omheining waarbinnen wij kerk zijn, waarbinnen wij als gelovigen ons kunnen bewegen. Dat God met Zijn bewarende macht, met Aanwezigheid, om ons heen staat. Het is zoals de naam van deze zondag al zei: Hij laat ons niet verweesd achter.

‘Heilige Vader, bescherm hen met uw grote macht […] Dan zullen ze samen één zijn, net zoals wij samen één zijn.’ Een mooie bede, maar er zit voor mij nog wel een ongemakkelijk kant aan. Was het niet voor ons gemakkelijker geweest, als Jezus hem nou net iets anders gezegd had? Zo van: ‘Heilige Vader, bescherm hen met uw grote macht, zodat ieder het in zijn eigen groep goed heeft.’ ‘Volgens mij is dat vaak de manier waarop wij kerk zijn beleven, of in ieder geval zo kijk ik tegen aan, dat ieder zo zijn eigen kerk heeft waar je goed bij voelt en zolang je elkaar maar respecteert, is het allemaal wel prima…

Maar als ik geloof in, vertrouw op die beschermende aanwezigheid van God, moet ik dan niet meer met dat vervolg: ‘Dan zullen ze samen één zijn, net zoals wij samen één zijn.’ Dat is meer dan alleen maar elkaar respecteren. In Jezus’ woorden gaat het over een diepe verbondenheid. Dat je met elkaar vertrouwd bent, elkaar kent. Meer dan oppervlakkig.

Een opdracht wil ik dat samen een zijn niet noemen, maar het is wel uitdaging, om zo één te zijn, in een diepe verbondenheid. Ik denk zelf dat als je zo verbonden bent, je zult merken dat je niet in alles gelijk denkt maar dat de verschillen de eenheid niet verbreken.

Jezus neemt afscheid. Hij laat de leerlingen achter, maar laat hen niet alleen. Hij blijft met hen verbonden, Hij blijft met ons verbonden. Zoals Marco Borsato zong:
 
Kijk in de lucht
Kijk naar de zee
Waar je ook zult lopen, ja, ik loop met je mee
Iedere stap en ieder moment
Waar je dan ook bent
Wat je ook doet
Waar je ook gaat
Wanneer je me nodig hebt
Fluister gewoon mijn naam
En ik kom eraan

Amen

 
terug