Vanuit Eelderwolde Vanuit Eelderwolde
Oogst
In de afgelopen week maakte ik een rondrit op het Groninger Hogeland, het gebied dat me vanouds zo lief is. Het viel me op, dat de velden hier en daar al wat kaal en stoppelig beginnen te worden. De oogst is op die plekken reeds binnengehaald, al stond, tot mijn vreugde, de mais nog fier overeind en in schoonheid te bloeien. In dorpen als Westeremden en Zeerijp, en bij boerderijen langs de kant van de weg, kom je, al rijdend, met enige regelmaat kleine kraampjes tegen, waarop de vruchten van de oogst, van het veld of uit eigen tuin, tegen een kleine vergoeding te koop worden aangeboden. Verse groenten, pruimen, courgettes, soms heel groot, pronken je tegemoet, vaak ook aardappelen en van die mooie oranje pompoenen. Als je even stopt, groenten en fruit ter hand neemt en je neus er dichtbij houdt, dan word je opgewekt van de heerlijke geuren die deze producten zo rijk maken.
Het maakt me als mens dankbaar dat het voedsel kans kreeg om te groeien en op smaak te komen. Het maakt me ook verwonderd en stil. Wat hier langs de kant van de weg wordt aangeboden of in de schappen van de winkels te koop ligt, is immers niet vanzelfsprekend, zeker niet in vele delen van onze wereld, waar oogsten mislukken door droogte of overstromingen. De vruchten van de aarde nodigen ons daarom ook uit, ja roepen ons op, om het vele dat er is niet te verspillen, er achteloos mee om te gaan of alleen voor eigen consumptie te houden, maar aandachtig te genieten en te delen met wie weinig of niets heeft. Starend over de velden, in het mooie Groningse land, hoorde ik ook het appèl klinken, om de aarde duurzaam te bewaren voor de generaties na ons, opdat ook zij, onze kinderen en kindskinderen, eens weer verwonderd de vruchten van de oogst in de handen kunnen nemen, de geuren mogen opsnuiven.

Liefdevolle God,
altijd aanwezige,
wij weten U dichter bij ons dan ooit
in de rijkdom van de gewassen
die we elk najaar mogen oogsten
om van te leven.
Vol ontzag en verwondering
te weten hoe zaad
onzichtbaar kiemde
en langzaam tevoorschijn kwam om
akkers vol kleur en leven te toveren.
We zullen de aarde verzorgen en toedekken
voor de winter
en delen van onze rijkdom
uit schuren en manden vol voedsel
aangeraakt door uw geestkracht
samenleven uit uw hand.

Meeleven met elkaar
Verschillende gemeenteleden worden op dit moment behandeld in het ziekenhuis of wachten in spanning af wat de uitslagen zullen zijn van de onderzoeken. Voor hen allen en hun gezinnen zijn het spannende en moeilijke tijden. Wij bidden voor ieder die ziek is, zorgen kent en opziet tegen de dag van morgen, om Gods licht en vrede, om mensen die trouw en liefdevol nabij zijn.

Groter is Hij, die ons uittilt
boven ons zelf, die ons opvangt
in zijn trouwe liefde.

Allen hartelijk gegroet,
ds. Ybo Buurma
 
Vanuit Haren Vanuit Haren
Bij de diensten
Vorige week zijn wij begonnen met lezen uit het Bijbelboek Daniël. Daarmee gaan wij deze zondag (27 september) verder. Dit keer is het tekstgedeelte Daniël 2:1-2a en 26-49. Koning Nebukadnessar heeft een droom. Hij wil dat de wijzen zijn droom uitleggen, maar zegt niet wat hij gedroomd heeft. Dat moeten zij hem vertellen. Niemand is daartoe in staat, behalve Daniël. Hij vertelt dat de koning gedroomd heeft over een groot beeld dat verpulvert en hij legt uit wat dat betekent.

Tot slot
In de dienst op 13 september zongen wij Lied 796 ‘U Here Jezus roep ik aan’. Voor mij was het de eerste keer dat ik het lied ooit heb laten zingen. Waarom niet eerder, vroeg ik mijzelf af, want er zitten zulke mooie zinnen in, zoals deze:
 ‘Ik bid U, wil mij geven
zo te leven,
met mensen mens te zijn.’

Hartelijke groet,
Michiel Pronk